Orgaanfysiologie

Examenvragen (prof. Parys)

  • Bespreek op een duidelijke en logische wijze de essentiële stappen van de vorming en afbraak van RBC.
  • Hoe kan je trombosevorming verhinderen?
  • Bespreek de vorming van thrombine en alle functies.
  • Bespreek de exogene route voor de bloedstolling.
  • Geef de vijf fasen van het verloop van de druk en het volume tijdens de contractie en relaxatie van het hart adhv de druk volume curve van de linkerventrikel.
  • Een PV lus is gegeven, teken een tweede voor een negatieve inotropie. Wat is negatieve inotropie? Geef een voorbeeld van wanneer dit optreedt. Duid aan op beide lussen: ESV, opening aortaklep, snelle vullingsfase.
  • Bespreek het bloeddebiet en wat de invloeden daarop zijn qua afname en toename.
  • Leg uit en situeer myogene en metabole autoregulatie. Geef schema’s en tekeningen.
  • Geen in detail alle effecten van het orthosympatisch zenuwstelsel op de bloeddruk.
  • Leg uit: bloeddruk daalt door orthosympatische stimulatie, zowel op het hart al op het lichaam.
  • Leid de formule voor bloeddruk af aan de hand van de formule voor bloeddebiet.
  • Bespreek Cefalische, gastrische en intestinale fase van maag en pancreas.
  • Bespreek CCK.
  • Bespreek de samenstelling van de gal en het fysiologisch belang.
  • Bespreek de inhoud van de vrijzetting van de gal.
  • Hoe lang verblijven stoffen in de maag?
  • Leg uit fagocytose bij neutrofielen en vergelijk met macrofagen.
  • Geef de verschillende onderdelen van het immuunstelsel met 1/2 zinnen uitleg over hun functie.
  • Wat is het complementsysteem?
  • Geef de werking van insuline en wat gebeurt er als de insulinesecretie is verstoord?
  • Beschrijf het verloop van diabetes mellitus gebaseerd op je kennis van insuline.
  • Vergelijk de maagsecretie met de pancreassecretie: fasen, mechanismen, …
  • Bespreek drie hormonen met alle drie een verschillende werking op de pancreas en de lever.
  • Geef vier proteasen en hun belangrijkste fysiologische functies.
  • Wat is de oriëntatie van het hart bij de gemiddelde persoon en hoe kunnen we dit zien aan het QRS complex bij een ECG?
  • Bespreek bloeddrukmeting en normale waarden.
  • Hoe voorkomt men rhesus immuniteit bij zwangerschap?
  • Leg de werking van de manometer en de stethoscoop uit om de bloeddruk te meten.
  • Geef vier proteasen met hun fysiologisch belangrijkste functie.
  • Begrippen
    • prostacyclines
    • fibrinogeen
    • plasmine
    • weefselfactor
  • Teken een PV-lus en duid aan: systole, slagarbeid, trage uitdrijvingsfase, trage vullingsfase, openen mitraalklep.
  • Waarom zijn capillairen uitwisselingsvaten en geen weerstandsvaten?
  • Bespreek carboxyhemoglobine en methemoglobine.

 

Examenvragen (prof. Missiaen)

  • Bespreek de chloortransporter in de proximale tubulus.
  • Bespreek het transport van Na+, Cl- en Ca2+ in de distale tubulus. Welk hormoon regelt het transport van Ca2+?
  • Bespreek zuur-base evenwichten.
  • Leg uit de regeling van de GFR: mesangium, RBF, weerstand afferente en efferente arteriool.
  • Bespreek dorst.
  • Bespreek de Starlingkrachten.
  • Bespreek vitamine D.
  • Bespreek de zuurproductie.
  • Beschrijf de processen in de dunne en dikke opstijgende tak van de lis van Henle.
  • Op welke plaatsen in de nier wordt natrium geabsorbeerd en met welke mechanismen gebeurt dit?
  • Welke delen van de nier reabsorberen Cl- en geef ook het mechanisme.
  • Bespreek de regeling van de renale K-excretie door kaliëmie en urinedebiet.
  • Bespreek zuurstoftransport thv de bloed-gasbarrière.
  • Bespreek alle longvolumes.
  • Weerstand van de longen: localisatie en regeling.
  • Wat gebeurt er met pH, PaCO2, PaO2 en ventilatie bij inspanning?
  • Bespreek de weerstand in de pulmonale circulatie (van de bloedvaten).
  • Geef de drie functies van surfactant.
  • Bespreek grootte en beïnvloeding van de weerstand van het pulmonale bloedcircuit.
  • Waarom is de weerstand van de pulmonale circulatie kleiner dan die van de systeemcirculatie en wat beïnvloed hem?
  • Bespreek alveolaire en intrapleurale druk tijdens in- en uitademen.
  • Bespreek de luchtweerstand.
  • Hoe beïnvloeden longvolume en tonus van de spieren de luchtwegweerstand?
  • Een spirogram is gegeven. Volumes benoemen, klinisch belang, waarom nog lucht in longen na uitademing, …
  • Wat contraheert de luchtwegen? Wat dilateert de luchtwegen?
  • Behandeling van astma, geef vier mogelijkheden.
  • Bespreek de puberteit van de vrouw.
  • Bespreek de luteale fase: corpus luteum en luteolyse + grafiek van fasen.
  • Bespreek de folliculaire fase tot dag 10, zijnde de anthrale fase en het selectiestadium.
  • Bespreek de menstruele fase.
  • Bespreek de volgende stadia in de menstruele cyclus: pre-ovulatoire follikel, corpus luteum, luteolyse.
  • Bespreek premordiale + preantrale follikel.
  • Bespreek: antrale follikel, selectie en pre-ovulatoire follikel.
  • Welke veranderingen ondergaat het lichaam van de vrouw tijdens zwangerschap?
  • Bespreek de melkproductie en melkejectie.
  • Bespreek de hormonen van de adenohypofyse en de werking van de hypothalamus hierop.
  • Welke hormonen zet de neurohypofyse vrij en wat zijn de effecten op het menselijk lichaam?
  • Bespreek hCG.
  • Begrippen
    • primair sylium
    • osmolaliteit
    • wet van Fick
    • hypoxische pulmonale vasoconstrictie
    • hypocapnie
    • backleak
    • verstrijking
    • disontoe
    • sertolicel