Microbiologie en behandeling van infectieziekten

Examenvragen (prof. Lagrou)

  • Vergelijk het werkingsmechanisme en de farmacokinetiek van fluoroquinoline en macroliden.
  • Wat is de algemene behandeling techniek toegepast bij wonden en slijmvliezen.
  • Bespreek Erythema chronicum migrans.
  • Structuur van antibiotica wordt gegeven: zeggen welke klasse (vb quinolonen, cefalosporine)
  • Bespreek de levenscyclus van de gonorrhoeae.
  • Bespreek systemische candidosen en de behandeling
  • Candida vaginitis welke verwekkers, risicofactoren, symptomen, diagnose.
  • Wat zijn endotoxinen + welke bacteriën produceren deze?
  • Als men E coli in de urine vindt, betekent dit dan dat er sprake is van een infectie? Leg uit.
  • Hoe ontstaan mutaties en wat zijn de gevolgen?
  • Waar vind je Neisseria gonorrhoeae. Geef de virulentiefactoren, pathogenese en ziektebeeld.
  • Je kreeg de MIC-waarde voor gevoelig en resistentie en ook de diameter. Leg bepaling MIC-waarde uit + of stam gevoelig is/resistent.
  • Wat zijn autotrofe en heterotrofe bacteriën?
  • Wat is het verschil tussen steriliseren en desinfecteren?
  • Wat veroorzaakt kinkhoest en wat is de preventie?
  • Geef de preventie tegen malaria.
  • Welke fungi veroorzaakt cryptococcosis? Wat zijn de specifieke eigenschappen van deze fungi?
  • Bespreek kort de structuur van LPS en de medische belangen ervan.
  • Hoe kan je de verschillende E. coli stammen onderscheiden?
  • Bespreek het genoom en de verschillen.
  • Welke bacterie veroorzaakt TBC en bespreek het verloop van latent naar chronisch.
  • Bespreek  de opbouw van de zuurvaste bacteriën.
  • Leg de verschillende soorten vaccinatie uit.
  • Bespreek de eigenschappen van amoebe en klinische relevantie.
  • Bespreek de seksuele overdraagbare bacteriën en hun evolutie van voorkomen.
  • Bespreek spectrum van aandoeningen van Aspergillus.
  • Bespreek farmacodynamiek van antibiotica.
  • Structuur herkennen. (Aminopenicilline)
  • Bespreek werking, toxiciteit en resistentie van aminoglycosiden.
  • Leg de bacteriële groeicurve uit.
  • Wat betreft commensale flora zijn er drie compartimenten in het lichaam, welke zijn deze?
  • Bespreek giardia lamblia.
  • Salmonella enterica: bespreek de pathogenese op basis van de virulentiefactoren. Bespreek ziektebeelden en behandeling.
  • Wat is het verschil tussen een voedselvergiftiging en een voedsel enteritis? Geef van elk ook een voorbeeld?
  • Welke bacteriën produceren sporen en wat is het nut van deze sporen? Moeten tegen sporen extra maatregelen getroffen worden?
  • Juist of fout: Wanneer een huidkweek positief is voor Malassezia, kan de diagnose voor tinea versicolor gesteld worden.

 

Examenvragen (prof. Naessens)

Virologie en immunologie

  • Hoe wordt een griepvaccin ontwikkeld, toegediend en bespreek 2 technieken die ze nu nog verder onderzoeken voor een beter/ander griepvaccin.
  • Bespreek de immunologie bij een beschadigde long door tuberculose.
  • Welke vaccins worden gegeven aan kinderen + bespreek de pathologie van deze ziekten indien ze dit toch krijgen + welk soort vaccin is het?
  • Welk zijn de 2 belangrijkste oorzaken van congenitale infecties?
  • Geef de structuur van influenza viruspartikels en het belang in replicatie, epidemiologie en behandeling.
  • Wat is GVHD en hoe verhinderen?
  • Waarom vallen wij onder normale omstandigheden onze ‘self’ antigenen niet aan. Bij welke aandoeningen gebeurt dit wel?
  • Waarom is een hoge vaccinatiegraad belangrijk bij het Varicellavaccin?
  • Vergelijk de 3 Hepatitisvirussen.
  • Wat is de basis van histocompatibiliteit?
  • Wat is een monoclonaal en polyclonaal antilichaam en hoe wordt een monoclonaal antilichaam bereid?
  • Welke virussen veroorzaken wratten?
  • Welke antivirale middelen inhiberen de DNA synthese bij virussen?
  • Voor welke pathologieën worden anti cd3 antilichamen gebruikt?
  • Vergelijk type I en type IV hypersensitiviteitsreacties.
  • Bespreek herpesmiddelen: werking en interacties.
  • Wat is de rol van MHC in de immuunrespons.
  • Wat is de granulomateuze reactie? Geef voorbeelden.
  • Wat zit er in het recent ontwikkelde vaccin tegen baarmoederhalskanker? Aan welke bevolkingsgroep wordt het toegediend?
  • Geef de pathologie van zona en beschrijf de preventie en/of behandeling ervan.
  • Hoe kan de immunogeniciteit van een vaccin verhoogd worden?
  • Bespreek de binding van cytotoxische T-cellen aan zijn doelwit.
  • Wat kan het papillomavirus allemaal veroorzaken? Geef ook de behandeling en de preventie.
  • Wat zit er in het Hepatitis B vaccin? Aan wie wordt het gegeven?
  • Bespreek de immunopathologische effecten van een bacterie of een virus aan de hand van voorbeelden.
  • Bespreek multiple sclerosis en hoe moet je het behandelen?
  • Bespreek werking acyclische nucleoside fosfonaten en voor welke ziektes kunnen ze gebruikt worden.
  • Leg algemeen de replicatie van RNA-virussen uit en geef voorbeelden.
  • Wat is graft-versus-host disease en hoe voorkomen en behandelen?
  • Leg de rol van MHC-moleculen uit in de immuunrespons.
  • Vergelijk de verschillende soorten hepatitis
  • Welke antiherpesmiddelen ken je en welke nevenwerkingen geven ze?
  • Wat is immune evasion en geef voorbeelden.
  • Een patiënt komt apotheek binnen heeft last van neusloop, hoesten, lichte koorts, niezen: welke virusinfecties heeft hij en wat geef je die patiënt mee van geneesmiddelen?
  • Vergelijk NK met Tc.
  • Wat is de oorzaak van virale diarree en de behandeling?
  • Vergelijk dode en geïnactiveerde vaccins.
  • Hoe gebeurt antigen binding met B-cel en wat zijn de gevolgen?
  • Wat is het verband tussen de structuur van een virus en zijn transmissie route?
  • Welk ziektebeeld heeft het HIV virus? Geef de behandelingsmogelijkheden?
  • Wat zijn epitopen? Wat is het belang daarvan bij serologische testen?
  • Geef een goedkope test voor influenza-antistof bepaling en wat is de biochemische basis?
  • Hoe komt het dat het lichaam in staat is te reageren tegen zoveel verschillende antigenen en zelfs tegen antigenen waarmee het nog niet mee in aanraking is gekomen?
  • Wat is immune evasion en geef enkele voorbeelden?
  • Bespreek de antivirale middelen die gebruikt worden bij herpesvirussen en geef hun eventuele nevenwerking.
  • Geef de ooginfecties veroorzaakt door virussen en hun behandeling.
  • Waarom moet het influenza-vaccin elk jaar opnieuw gegeven worden? Hoe wordt het aangemaakt en aan wie dien je het toe?
  • Hoe bindt de B-lymfocyt aan het antigen en wat zijn de gevolgen?
  • Wat zijn cytokines en geef enkele therapieën die gebaseerd zijn op het gebruik van cytokines.
  • Wat is passieve en actieve vaccinatie?
  • Welke technieken worden er gebruikt bij de diagnose van virussen?
  • Wat is opsonisatie?
  • Wat is het immuun mechanisme van Diabetes type 1. Hoe wordt het behandeld?
  • Hoe tast HIV het lichaam aan en welke pathologie ontstaat?
  • Kan je zwangere vrouwen een virusvaccin toedienen?
  • MBR-vaccin, welke virussen zitten erin en welke pathologie veroorzaken die?
  • Welk virus veroorzaakt koortsblaasjes? Bespreek preventie en behandeling.
  • Bespreek histocompatibiliteit.
  • Wat is sensitisatie en desensitisatie bij allergie?
  • Wat weet je over genitale herpes?
  • Hoe ontstaan nieuwe influenza epidemieën?
  • “antistofrespons evolueert bij volgende contact met antigen” Leg uit.
  • Bespreek “tolerantie”. Bij wel pathologie(n) is er onvoldoende tolerantie?
  • Bespreek 3 oncogene virussen: welk ziektebeeld veroorzaken ze?.
  • Hoe worden huidige griepvaccins gemaakt en aan wie geef je het?
  • Wat zijn de nadelen van immunosuppressiva?
  • Wat is een adjuvantia?
  • Aan welke bevolkingsgroep(en) wordt het rotavirus-vaccin best toegediend? Waarom?
  • Wat is de voornaamste transmissieweg van hepatitis A?
  • voor welke ziekte word interferon B gebruikt en geef een nevenwerking.
  • Geef de procerdure voor aanmaak monoclonale antilichamen.
  • Hoe komt het B-cel repertoire tot stand?
  • Leg het verschil uit tussen TH1 en TH2.
  • Welke delen zitten is het HPV-vaccin en hoe worden deze aangemaakt?
  • Beschrijf aanhechting van HIV-virus aan zijn receptor cellen.
  • Bespreek calcineurine antagonisten: werking, waarvoor gebruikt en neveneffecten.
  • Welke labotechnieken bestaan er om een virus te identificeren, geef kort het werkingsmechanisme en de voor- en nadelen.
  • Waarom lokt een levend vaccin T en B cel respons uit en een dood vaccin niet?
  • Op welke biologische basis berust de resistentie bij antivirale therapie.
  • TNF-alfa-blokkers: hoe werken ze en voor welke pathologie?
  • Welke virusvaccins kunnen aangeraden worden bij reizigers naar derde wereldlanden? Welke virussen en welke pathologie?
  • Geef de antivirale geneesmiddelen gebruikt bij herpesvirussen met hun werkingsmechanisme.
  • Welke maatregelen kunnen genomen worden opdat rejectie verhinderd wordt?
  • Hoe verklaar je dat het mogelijk is om tegen zoveel verschillende antigenen te kunnen reageren, zowel nieuwe als oude?
  • Bespreek de verschillende immunoglobulines.
  • Wat zijn cytokines, ken je therapieën die erop gebaseerd zijn?
  • Geef 2 virussen die faeco-oraal worden overgedragen met hun pathologie en behandeling en/of preventie.
  • Geef de symptomen en behandeling en/of preventie van een congenitale cytomegalovirusinfectie.
  • Welk virus veroorzaakt de windpokken? Bespreek bondig de gevolgen en behandeling en eventuele preventie.
  • Vergelijk niet nucleoside en nucleoside reverse transcriptase inhibitoren voor HIV.
  • Geef de therapeutica en mechanisme voor een voedselallergie.
  • Bespreek de Dendritische cel.
  • Geef minstens 4 virussen die bij kinderen leiden tot huiduitslag.
  • Eiwitgeneesmiddelen: wat bepaald zijn immunogeniciteit en hoe kan men dit beter maken?
  • hoe kunnen bepaalde cytostatica gebruikt worden als immuunsuppressieve therapie, geef een drietal voorbeelden.
  • Wat verstaat men onder clonale selectie?
  • Bij bloedtransfusie: van welke virussen ga je zeker nagaan of ze aanwezig zijn en hoe doe je dit?
  • Wat veroorzaakt HPV en bespreek preventie en behandeling.
  • Leg uit ivm vaccinatie: Recombinant eiwit en dendritische cel.
  • Welke twee eiwitten staan centraal in de ontwikkeling van een HIV vaccin? Geef ook een experimentele benadering.
  • Bespreek preventie, pathogenese en ziektebeeld van Dengue.
  • Hoe wordt het complement geactiveerd en hoe kan het complement een pathogeen elimineren?