Farmacologie

Examenvragen (prof. Casteels, prof. Ulens, prof. Vankelecom, prof. Huys)

  • Met welk geneesmiddel kan je het verschil diagnosticeren tussen miasthenia gravis of een cholinerge crisis.
    • Edrofonium
    • Neostigmine
    • Ecothiopaat
  • Waar zijn er geen nicotinereceptoren?
    • Bronchiale spieren
    • Orthosympatische ganglia
    • Skeletspieren
    • Parasympatische ganglia
  • Op welke manier kunnen bèta-2-agonisten tachycardie veroorzaken?
  • Bespreek de adrenerge synaps en waar men farmacologisch kan inwerken.
  • Wat moet men doen als men clonidine therapie samen met een bèta-blokker neemt en men de therapie wilt stoppen?
    • Stop clonidine, bouw bèta-blokker langzaam af
    • Stop beide gelijktijdig
    • Bouw bèta-blokker langzaam af, bouw daarna clonidine langzaam af
    • Bouw clonidine langzaam af, stop erna de bèta-blokker
  • Welk geneesmiddel kan helpen bij de kaasreactie?
    • Adrenaline
    • Salmeterol
    • Prazosine
    • ..
  • IM adrenaline injectie:
    • Dosis moet verdubbeld worden bij iemand die bèta-blokkers neemt.
    • Dosis moet gehalveerd worden bij iemand die bèta-blokkers neemt.
    • Minder kans op aritmie bij iemand die TCA neemt.
    • Minder kans op aritmie bij iemand die cocaïne neemt.
  • Een kind neemt een overdosis neusdecongestivum, met een alfa-agonist in verwerkt. Waaraan kan je dit merken?
  • Waar doen de neuro-endocriene effecten van dopamine zich voor in het CZS?
    • Mesolimbisch
    • Tubero-infundibulair
    • Nigrostriataal
    • Meso….
  • Kan men domperidone geven om de lactatie te bevorderen? Heeft dit ernstige neveneffecten?
  • Domperidone gaat goed door de BBB en wordt dus gebruikt bij reisziekte.
  • Geeft haloperidol galactorree?
  • Een persoon wordt behandeld met een of ander antidepressivum en heeft last van hoofdpijnaanvallen. Leg uit.
  • Een patiënt neemt Li voor een psychische aandoening. Welke aandoening? Later krijgt hij reumatoïde artritis. Wat geef je hem van geneesmiddelen? Geven deze interacties? Zo ja, welke en hoe oplossen?
  • Aan een depressieve, bejaarde patiënt worden best tricyclische antidepressiva gegeven.
  • Neuroleptica veroorzaken gynaecomastie.
  • Acute dystonie door neurolepticum. Wat geef je? Anticholinergica of bromocryptine.
  • Antipsychotica: Leg de nevenwerkingen en de farmacologische effecten uit a.d.h.v. het werkingsmechanisme.
  • Bespreek de vier receptoren waarop anti-epileptica inwerken. Geef voorbeelden en bespreek hun farmacokinetiek.
  • Bespreek de werking en nevenwerking van de geneesmiddelen gebruikt bij de ziekte van Parkinson.
  • Bij restless leggs syndroom kan je D2-antagonisten geven.
  • Geef de mogelijke therapieën bij Alzheimer.
  • Bij welke indicaties wordt morfine gebruikt?
    • Galkolieken
    • Bronchiaal astma
    • Acuut myocard infarct
    • Pijnverdoving bij bevalling
  • Welk geneesmiddel uit het rijtje helpt niet bij neuropathische pijn?
    • TCA
    • Fenothiazine neuroleptica
    • Carbamazepine
    • Gabareline
  • Welke interacties kun je allemaal verwachten bij gecombineerd gebruik van digitalis en diuretica?
  • Bespreek de calciumkanaalblokkers en geef onderscheid tussen indicaties, nevenwerkingen en contra indicaties.
  • Wat geef je bij arteriële hypertensie met hartlijden?
    • Thiaziden
    • Captopril
    • Prazosine
  • Een man van 70 jaar komt binnen met dyspnee en oedeem. Er wordt hartfalen vastgesteld. Wat zijn de mogelijke geneesmiddelen die we kunnen geven? Wat gaan we geven als blijkt dat de patiënt een VKF heeft? Wat gaan we geven als de patiënt acuut oedeem ontwikkelt? De patiënt klaagt van kniepijn en men gaat indomethacine geven, waarom is dit geen goede keuze?
  • Bespreek de factoren die de zuurstofnood van het hart beïnvloeden en welke geneesmiddelen van angor hierop inwerken en hoe.
  • Bespreek de farmacotherapie van angor.
  • Bespreek het klinisch gebruik van de verschillende galenische vormen van nitraten.
  • In een buisje zit bloed, heparine, warfarine, … Treedt er stolling op of niet?
  • Wat heeft het sterkst analgetisch effect?
    • Paracetamol + codeïne
    • ASA + paracetamol
    • Paracetamol + caffeïne
    • ASA + ibuprofen
  • Rangschik, beginnend met het sterkst anti-inflammatoir geneesmiddel. Indomethacine, paracetamol, ibuprofen.
  • Bespreek de nevenwerkingen van NSAID’s die gevolg zijn van hun werkingsmechanisme.
  • Waarom is chronische therapie met glucocorticoïden gevaarlijk bij patiënten met hartfalen, hypertensie of angor?
  • Wat is een farmacologisch effect bij het exogeen toedienen van glucocorticoïden?
    • Spiermassa stijgt
    • Hypoglycemie
    • Inhibitie op leukotrieënsynthese
    • Water- en zout excretie
  • Geef (neven)effecten van glucocorticoïden.
  • Welke stelling is onjuist voor ciclosporine?
    • Inhibitie van zowel T als B in inductiefase
    • Inhibitie van DNA synthese in inductiefase
    • Inhibitie van IL-2 synthese in inductiefase
    • Inhibitie van IL-2 receptor aanmaak in inductiefase
  • Een patiënt krijgt een opstoot van reumatoïde artritis. Welke geneesmiddelen kan je hiervoor geven? Zijn er interferenties? Zo ja, hoe kan je die oplossen?
  • Een obese diabetes type 2 patiënt met een normale renale functie en een residuele insulinesecretie lijdt aan hartlijden. Wat geef je? Metformine of rosiglitazine?
  • Wat geef je best bij osteoporose met slokdarmulceraties? Strontiumranelaat of alendronaat?
  • Protonpomp-inhibitoren hebben een halfwaarde tijd van 1,5u en worden 1x per dag toegediend.
  • Een 19-jarige heeft gastro-enteritis en krijgt hiervoor metoclopramide. Na twee dagen krijgt hij aanvallen van een zeer pijnlijke nekkramp. Wat gebeurt er en hoe zou je het oplossen?
  • Voor een monoclonaal antilichaam tegen TNF kan een MA aangevraagd worden via FAGG.
  • In België mag men reclame maken voor geneesmiddelen.
  • Weesgeneesmiddelen moeten geen positieve benefit-risk ondergaan.
  • Wordt terugbetaling geregeld op Europees niveau?
  • Moet een organische hartklep op Europees niveau als geneesmiddel geregistreerd zijn?
  • Een hartdefibrillator moet worden goedgekeurd door EMA.
  • Er is een lijst van geneesmiddelen gegeven. Voor welke is plasmamonitoring noodzakelijk?
  • Wat gebeurt er bij toediening van het geneesmiddel bij de aangeduide pathologie/reactie?
    • Buprenorfine – Analgetische werking van morfine
    • Paracetamol – Maagzuursecretie
    • Carbidopa – Nausea door L-Dopa
    • Xylocaïne – Abces in tand
    • Astrozol – Ovariële oestrogeen productie
    • Bromocriptine – Parkinsonisme door neuroleptica
    • Codeïne – Ductus Botalli bij ongeboren kind
    • Imipramine – Depressie bij behandeling na een MI
    • Klassiek neurolepticum – Blaascontracties
    • Dopamine IV – Cardiogene shock
    • Bisfosfonaten – Refluxoesophagitis
  • Bij welke geneesmiddelen leidt het stopzetten van de behandeling tot nevenwerkingen door het onthouden van het geneesmiddel?
    • Prednisolone
    • Clonidine
    • Lorazepam
    • Metoprolol
  • Welke geneesmiddelen geven beenmergsupressie?
    • Ciclosporine
    • Azathioprine
    • Glucorticoiden
  • Zijn tamoxifen, raloxifen en clomifen agonisten of antagonisten?
  • Welke stoffen geven een verhoogde convulsiedrempel?
    • Diazepam
    • Neurolepticum
    • Imipramine in hoge dosis
    • Amfetamine
  • Welke geneesmiddelen geven GEEN gynaecomastie?
    • Spironolactone
    • domperidone
    • haloperidol
    • MTX
  • Welk geneesmiddel zou je aanraden bij volgende behandelingen en verklaar.
    • Milde pijn + leverfunctiestoornis : ASA of paracetamol
    • Allergie + hartaandoening : levocitirizine of loratidine
    • Tekenbeet + chronicum migrans : permethrine of doxycyline
    • Overdosis morfine : buprenorfine of naloxone
    • Restless legs syndroom: propranolol of een D2-agonist
    • Patiënt met alzheimer en depressie: TCA of SSRI
    • Bejaarde depressieve: TCA of Prozac
  • Bespreek de specifieke interactie tussen volgende geneesmiddelen
    • Fenytoïne en fenylbutazone
    • Alendronaat en Ca-supplementen
    • Benzodiazepines en alcohol
    • Li en zoutarme voeding
    • MAO-inhibitoren en tyramine-rijke voeding
    • Sildafenil en nitroglycerine
    • Coumarine en ASA
    • Pentazocine en morfine
    • Aspirine en clopidogrel
    • Fluvoxamine en CYP
    • NSAIDS en spirolactone
    • Propanolol en nifedipine
    • Imipramine en indirect werkend sympathomimeticum
    • Haloperidol en anticholinergicum
    • Morfine en buprenorfine
  • Amtryptilline mag niet worden gegeven bij prostaathypertrofie. Leg uit.
  • Waar of niet waar?
    • Amitryptiline, amfetamine, cocaine en reserpine zijn inhibitoren van reuptake-I.
    • Minoxidil, verapamil, nitroglycerine en nifedipine zorgen voor een verlaging van de hartslag.
    • Opioïde analgetica interfereren met perorale geneesmiddelen.
    • Antihistaminica hebben een farmacodynamische interactie met alcohol.
    • Raloxifen is een partiele agonist thv oestrogeen receptor in endometrium.
    • Benzo’s bij een patiënt met delirium tremens is om de GABA transmissie te verlagen.
    • Xylocaïne bij een tandabsces.
    • Fluvoxamine heeft niet veel interacties met andere geneesmiddelen.
    • Een tricyclisch antidepressivum kan je geven aan iemand met prostaathypertrofie.
    • Je mag clonidine abrupt stoppen als je de therapie verder zet met propranolol.
    • Alendronaat neem je met een groot glas water.
    • Carbamazepine en Fenytoïne hebben geen invloed op het metabolisme van andere GM.
    • TCA geven obstipatie, xerstomie en cycloplegie.
    • Abces met pH 6,8: lokaal anestheticum met pKa van 8,6 werkt beter dan eentje met een pKa 7,8.
  • Zou je dit afleveren?
    • Groot pak rohypnol aan een 50-jarige vrouw die haar man verloren is tijdens een auto accident.
    • Minocycline aan een 20-jarige vrouw die op reis gaat naar Djerba.
    • Een tricyclisch antidepressivum aan iemand met QT verlenging.
    • Metformine aan een obese type II diabetes patiënt.
    • Li voor iemand die bipolair is en ook net furosemide gekregen heeft.
  • Bespreek de effecten en bijwerkingen van anticholinergica.
  • Geef alle stoffen die inwerken op de serotonerge synaps.
  • Bespreek de dopaminerge synaps, de receptoren en de belangrijkste bijwerkingen.
  • Casus, bespreek: Vrouw gaat op bezoek bij de dokter en komt tot de vaststelling dat ze zwanger is. Dit kan niet zegt de vrouw want ze neemt de pil. De vrouw is ook depressief en staat op een strak schema van antidepressiva. Omdat deze volgens de vrouw niet werken is ze begonnen met het nemen van Sint-Jans kruid op eigen beslissing. De vrouw heeft ook hypercholesteremie en neemt hiervoor statines.
  • Welke geneesmiddelen hebben TDM nodig?
    • Digoxine
    • Fenytoïne
    • LMWH
    • Apaxiban
    • Esomeprazol