Farmaceutische ethiek

Examenvragen (prof. Dierckx)

  • Bespreek de relationele dimensies van een verslaving.
  • Laakbare/twijfelachtige onderzoekspraktijken. Wat is het? Geef 3 verschillende voorbeelden en waarom is dit belangrijk in de biomedische onderzoekswereld?
  • Leg uit ‘daad met dubbel gevolg’ en ‘minus malum’ principe en geef een farmaceutisch voorbeeld.
  • Leg uit: een personalistische verantwoordelijkheidsethiek en geef een voorbeeld uit de farmacie.
  • Geef de theorie van Boorse en de kritieken.
  • Leg het verband uit tussen zingeving en medicijnverslaving.
  • Vraag over de vier stellingen van de euthanasiewet.
  • Stellingen
    • Gezondheid en ziekte zijn objectieve, waardevrije begrippen. Leg uit aan de hand van een casus.
    • Ziekte en gezondheid houden geen waarde-oordeel in. Akkoord of niet? Geef een voorbeeld.
    • De WHO definitie van gezondheid is algemeen aanvaard.
    • Vanuit christelijk standpunt is er nooit enige openheid naar euthanasie.
    • Medicatieverslaving is geen kwestie van schuld of slechte wil, maar is het slachtoffer zijn van een ziekmakend middel.
  • Enkele vragen over werkje.